Watou : Geschiedenis in een notendop.


Deze tekening werd ingekleurd door Noêl Wagemaker in 1996

Het Kasteel van Watou.

Bouwjaar ±1620

In 1629 werd Watou tot graafschap verheven. Karel van Ydeghem en zijn echtgenote Maria van Cortewyle waren de eerste graaf en gravin van Watou. Ze behoorden tot één der rijkste families van Vlaanderen.
(Hun beeltenissen, gebeeldhouwd in wit marmer, staan nog steeds in de kerk.)
Hun zoon Johannes, tweede graaf van Watou, liet een prachtig kasteel bouwen. Jammer genoeg werd dit kasteel in 1793 tijdens de Franse Revolutie volledig door brand vernield.
Van het oorspronkelijke kasteel is alleen de toegangspoort overgebleven. De brug, vroeger van hout, dateert van 1881. Waar vroeger het kasteel stond, werd omstreeks 1810 een herenhuis gebouwd.
Deze woning is privébezit.

I. Vanwaar die naam?

A. De vroegste geschiedenis van Watou is moeilijk te bepalen.
   -Sommigen beweren dat de naam Watou door de "Batavieren" werd gegeven...
   -Aannemelijk lijkt wel dat "Watou" een samentrekking is van "WATER" en OUW (of GOUW en GAU),
   wat LAND betekent.
 Zo zou Watou een waterrijke streek aanduiden. Onwaarschijnlijk klinkt dit niet : de bodem is inderdaad     moeilijk doorlaatbaar.
 Tot de 11de eeuw zou de bosrijke streek ontelbare poelen en moerassen hebben geteld, waarin het  krioelde van de slangen...
  -Een derde groep houdt de theorie staande dat de oorsprong van de naam Watou aan elke verklaring ontsnapt.
B. In Latijnse oorkonden uit de 13de eeuw is er reeds sprake van WATUA.
  -In Franse en Vlaamse geschriften vindt men de namen WATEWE, WATEEUWE, WATUE en WATUWE.
  -Zelfs in 1760 treft men nog WATOUE en WATOE aan.
  -In het begin van de 19de eeuw wordt de schrijfwijze WATOU algemeen!


II. Ontstaan..

Er bestaan aanwijzingen dat Watou zou ontstaan zijn tussen 600 en 800. Vanaf de vroege Middeleeuwen tot de Franse Revolutie was het dorp onderworpen aan het leenstelsel.

III. Aantal inwoners.

Wie wil weten hoeveel inwoners Watou telde (telt), krijgt hier enkele cijfers :
-14de eeuw : een 1000-tal
-einde 17de eeuw : ongeveer 1500
-21 juni 1811 : 2359
-1910 : ongeveer 3750
-2004 : ± 1909


IV. De heerlijkheden.

Heerlijkheden zijn grote gebieden waarbinnen de bezitter, de heer (vaak van adel) bepaalde rechten kon doen gelden. Dit resulteerde dan in macht en aanzien.
Watou kende 6 heerlijkheden : -De Heerlijkheid van Watou (later het Graafschap)
-Douvie
-Cortewyle
-Noorthouck
-Beauvoorde
-Merchem


V. Het Graafschap.

In 1608 kwam de Heerlijkheid van Watou in het bezit van Karel van Yedeghem. Hij huwde met Maria Cortewyle.
In 1629 werden zijn eigendommen tot graafschap verheven en kregen Karel van Yedeghem en zijn vrouw de titel van graaf en gravin.
Na hun dood werden hun beeltenissen gebeeldhouwd in wit marmer. Hun praalgraf werd in de kerk geplaatst. Daar kan men het nog steeds bewonderen.
De eerste graaf woonde in " Het Blauwhuis". Zij zoon, Johannes van Yedeghem, liet in 1620 een prachtig kasteel bouwen.
Zo werd er verteld dat de graven van Watou tot één der rijkste families van Vlaanderen behoorden.
Om deze bewering kracht bij te zetten, verhaalde men dat de paarden zilveren hoefijzers droegen!!
In 1793 werd het kasteel door brand vernield.
Op dezelfde plaats staat nu een mooi herenhuis. Maar nog steeds wordt er door de mensen in Watou over "het kasteel" gesproken.
Ook de heerlijkheden van Cortewyle, Douvie en Beauvoorde bezaten een kasteel.
Hierover werden geen beschrijvingen teruggevonden.

VI. Watou en de wisselende heerschappijen.

Tot 1300 was het betrekkelijk rustig en werd Watou meestal gespaard van oorlogsgeweld.
Vanaf het midden van de 16de eeuw maakte Watou, overgeleverd aan de beeldenstorm, beroerde tijden door. Brand, plunderingen en verwoestingen volgden elkaar op.
Toen in het begin van de jaren 1600 een periode van rust volgde, kwam er een heropleving van landbouw en van handel.
De streek werd toen wel geplaagd door wolven, wilde zwijnen en raven...
Het doden van deze dieren werd voor sommigen zelfs een beroep.
Halverwege de 17de eeuw werd de streek afwisselend door Franse, Spaanse en Engelse soldaten bezet. De graaf wendde al zijn invloed aan om de toestand
te verzachten, maar tevergeefs.
In de jaren 1661 nam Lodewijk XIV stelselmatig bezit van onze streken. Hij wenste de Nederlanden volledig in zijn macht te krijgen. Watou was een der plaatsen
die hij aandeed tijdens zijn veroveringstochten. Onvoorstelbare voorbereidselen en maatregelen werden genomen om de doortocht van de koning met zijn schitterdende hofhouding te vergemakkelijken.
De koning overnachtte in het kasteel van de graaf waar hem ook een groot feest werd aangeboden...
In het begin van de 18de eeuw verzeilden we onder het Oostenrijks bewind : een periode van rust en herstel.
Toen tijdens de Franse Omwenteling de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk uitbrak, werd dit op Vlaams grondgebied uitgevochten.
Watou, een grensdorp, onderging als één der eersten de inval van de Fransen.
Alles wat met geloof, adel en recht verband hield, moest verdwijnen. Het is toen, in 1793, dat het kasteel van de graven van Watou in brand werd gestoken.
De kerk zou hetzelfde lot hebben ondergaan, indien dit plan niet tot staan werd gebracht door de compagnie Oostenrijkse soldaten.
Tijdens al het oorlogsgeweld werd de kerk nochtans niet gespaard : o.a. werden glasvensters vernield, klokken en klokkenspel gestolen.
Alleen het kleinste klokje werd gespaard.
Ons land ging opnieuw over in Franse handen.
Na de val van Napoleon kwam het Koninkrijk der Nederlanden tot stand.
Vanaf 1830, met de Belgische onafhankelijkheid, werd er een lange periode van rust ingeluid.
Tot de Eerste Wereldoorlog zijn klauwen uitstak...